Hoe je eigendom verkrijgt in de shariah
Eigendom over een zaak kan op drie manieren worden verkregen: middels (1) een erfenis, (2) een overeenkomst en (3) door het ‘toe-eigenen van het toegestane’.
1. Erfenis (irth)
Zodra iemand overlijdt, erven zijn of haar erfgenamen van rechtswege hun rechtmatige deel, na aftrek van de uitvaartkosten, schulden en een eventueel legaat (wasiyyah). Hiervoor is geen intentie, handeling of rechtelijke uitspraak nodig. In de sharie’ah bestaat er dus niet zoiets als het aanvaarden of weigeren van een erfenis. Je erft de nalatenschap van rechtswege, oftewel je wordt automatisch eigenaar van jouw deel van de erfenis. Erfdelen zijn namelijk al vanuit de sharie’ah bepaald en daarvan kan en mag niet worden afgeweken. Eventuele schulden van de erflater worden betaald vanuit de nalatenschap, nog vóórdat de erfenis wordt verdeeld. Als de nalatenschap niet toereikend is voor de aflossing van alle schulden, blijft er dus geen erfenis over voor de erfgenamen en tegelijkertijd kunnen de restschulden niet op hen verhaald worden.
2. Een overeenkomst (‘aqd)
Ook middels een overeenkomst kan je eigenaar worden van een goed of gebruiksrecht. We onderscheiden de volgende soorten overeenkomsten in de sharie’ah:
— Een overeenkomst op basis van een tegenprestatie, zoals een koop- en huurovereenkomst.
— Een overeenkomst op basis van een gift, zoals een schenking (hibah), een donatie (sadaqah) of het opzetten van een fonds (waqf).
— Een overeenkomst op basis van vertrouwen, zoals een machtiging (wakaalah) en een bewaring (wadie’ah).
— Een overeenkomst van partnerschap (sharikah), zoals mudaarabah en mushaarakah.
— Een overeenkomst van zekerheidsstelling, zoals een onderpand (rahn), aansprakelijkheid (damaan) of aanwezigheidsgarantie (kafaalah).
Niet elke overeenkomst leidt tot eigenaarschap. De meest gebruikelijke overeenkomsten die dat wel doen, zijn de koop- en huurovereenkomst, giften en partnerschappen.
De derde en laatste manier licht ik toe in een aparte blog.
